** reizen ** kids ** natuur ** cultuur ** muziek ** theater ** kunst ** gedichten ** humor ** liefde **

27 augustus 2018

Reisverslag Sri Lanka 2018



Rode vlaggen, zwarte vogels
Onze trip door Sri Lanka begon in Negombo, ten noorden van hoofdstad Colombo. Drie nachten sliepen we daar in Villa Eco Green, een prima uitvalsbasis naar het strand, eettentjes en een fijn zwembad. Dat laatste was nodig, omdat er helaas allemaal rode vlaggen langs de kust van Negombo stonden: zwemmen in de woeste zee was strikt verboden. Daar baalden we van. Springen in de hoogste golven was sinds onze vakantie in Thailand immers één van onze grootste hobby's. Deze tegenslag gaf ons een extra reden om vooral óók de oostkust van het eiland te bezoeken, waar het naar verluidt een stuk rustiger zou zijn qua golfslag.

Symfonie van claxons
We maakten er een fijn verblijf van in Negombo. Vooral het lekkere eten bleef ons bij: heerlijk verse vis en curry die zelfs in de 'not spicy' variant de vlammen op je tong toverde. Bestelde je een biertje, dan kreeg je een fles van 625 ml. Geen half werk. En alle prijzen lagen bespottelijk laag: avondeten voor circa vijf euro per persoon, cocktails voor de prijs van Nederlandse pilsjes. Waar we ook maar liepen, hoorden we continu de symfonie van claxons van tientallen tuktuks die ons voor 200 roepie overal naartoe wilden tuffen.



Het zwembad pal naast het strand was heerlijk qua temperatuur en best rustig qua zwemmers. Het aantal kauwen rondom het water was daarentegen groot. Deze beesten zochten verkoeling door hun zwarte veren nat te maken en slokjes te nemen van het zwembadwater. Ze vormden eerder een bezienswaardigheid dan dat ze ook maar iemand tot last waren.

Verstekelingen in de tweede klasse
Vanaf het stadje Alawwa pakten we de trein naar Anuradhapura. We hadden derde klas tickets, maar de bijbehorende coupés zaten afgeladen vol met Sri Lankanen. We sprongen onverhoopt bij de tweede klas naar binnen, nadat de trein al in beweging was gekomen. De conducteur dreigde ons de deur te wijzen, maar gedoogde ons uiteindelijk op het balkon van de trein, ook al stonden we daar 'een klasse te hoog'. Andere Nederlanders hadden net als wij derde klas tickets, maar waren alsnog brutaal in de tweede klasse gaan zitten. Wij kenden onze plek en bleven de hele reis (ruim drie uur) netjes staan, zodat we niemands plaats onterecht bezet hielden.



Lauwe vlammetjes, wie maakt me los?
Een treinreis in Sri Lanka is een belevenis, zéker op het balkon. Je geniet sowieso van de best mogelijke airco, want de wagondeuren staan wagenwijd open terwijl de trein rijdt. Je ziet bovendien alle kooplui instappen. De ene heeft een dikke zak vol koude waterflessen, de andere loopt rond met een emmer vol lauwe bittergarnituur, een derde doet zijn best om zakken doppinda's aan de man te krijgen. Weer een andere verkoopt vers fruit dat je nog nooit eerder geproefd hebt. Hij snijdt de vruchten open met een mes dat zó vlijmscherp is, dat je hardop wenst dat hij ver uit de buurt blijft wanneer de trein onverwachts moet afremmen. Naast het eten en drinken worden ook sigaretten per stuk verkocht.



Liggende boeddha, heilige boom
Anuradhapura staat bekend om zijn talloze eeuwenoude tempels, ruïnes en boeddhabeelden. We boekten een tuktuk-bestuurder die ons rondreed langs de belangrijkste trekpleisters. Vooral de liggende boeddha in Isurumuniya Vihara vonden we prachtig. Ook de heilige boom en alle biddende boeddhisten eromheen waren mooi om te zien. Op het moment dat wij de stad bezochten, waren er extra veel gelovigen op de been. Het was volle maan en dan genieten alle Sri Lankanen altijd van een lang weekend. Twee keer per jaar zamelen ze geld, voedsel en kleding in, die ze tijdens zo'n weekend doneren aan de armen. Dat was nu ook het geval. We vonden het hartverwarmend om dit gebaar van vrijgevigheid en barmhartigheid van dichtbij mee te maken.



Brutale apen
De jongens hielden de cultuurqueeste goed vol, ondanks de klamme hitte. Gelukkig hadden we sokken mee, want nabij de tempels mag je geen schoenen aan en de grond is loeiheet. De wandelingen tussen de tempels bleken een heel avontuur omdat er tientallen grijpgrage apen rondhingen. Offerbloemen en tassen gristen ze meedogenloos uit de handen van de bezoekers. Ook Milo kreeg een aap achter zich aan totdat hij gillend en rennend zijn boterham weggooide naar het beest. We weten in ieder geval weer waar het gezegde 'brutale aap' vandaan komt.




(Lieve apen waren er trouwens ook)

Klimmen naar de zon
's Middags sloeg bij ons de tempelmoeheid toe. Toch maakten we ons op voor één laatste klim, om de zonsondergang te bekijken vanaf een hoge berg in Mihintale. Op de top staan zowel een immense witte koepeltempel (dagoba) als een fors boeddhabeeld. En ook hier stikt het van de apen. De zon zakte, de lucht kleurde licht oranje en de apen vonden zachtjesaan hun rust in de bomen. Een traditioneel gekleed drietal muzikanten deed een kort optreden met trommels en een fluit. We konden fijn zitten op de bergtop en het lukte zelfs om enkele apen fraai op de foto te zetten. In de schemering liepen we de trap af, terug naar de plek waar 'Broeder Tuktuk' ons stond op te wachten. Noot: de tuktuk is inmiddels Milo's favoriete vervoermiddel, omdat de bijbehorende rijstijl hem niet misselijk maakt én omdat de wind lekker naar binnen waait.







Wildpark? Niet wildenthousiast
Vanaf onze B&B in Anuradhapura gingen we in de vroege ochtend op safari naar Wilpattu. In dit wildpark schijn je een zeer goede kans te hebben om luipaarden en olifanten te zien. Helaas, wij hadden minder geluk. Oké, we troffen een lippenbeer naast onze jeep. En dat was een unicum, als we de chauffeur moesten geloven. Maar verder waren het vooral vogels (reigers, pauwen, roofvogels, bijeneters en ijsvogels) wat de klok sloeg. We genoten wel degelijk van de mooie uitzichten en het kleurrijke vliegvolk, maar het was relatief veel uren rijden zonder veel groots te zien. Deze trip voldeed dus niet aan de verwachtingen. Jammer dan, op naar het volgende avontuur.



Nilaveli: zon, zee, strand... en een haai
In de badplaats Nilaveli huurden we een kamer in een goedkoop, ondermaats hostel, pal naast het strand en de duikschool. Ons doel was om daar alleen te zijn om te gamen, douchen en slapen. Dat lukte heel aardig, want we waren elke dag bijna de hele dag in of rondom de zee te vinden. Springen in de golven, zandkastelen bouwen, relaxen in de zon/schaduw en smakelijke visgerechten proeven.

Reza maakte zijn eerste twee duiken als volleerd 'open water diver', na het behalen van zijn PADI-brevet vorig jaar op de Seychellen. Viola en hij zagen onder andere een zeeschildpad en twee grote kreeften. Milo en Vincent gingen snorkelen bij Pigeon Island. Daar zagen ze maanvissen, fluitvissen, papegaaivissen, blauwe kwallen... en een haai van anderhalve meter!



Dolfijn: check, walvis: nope
Onze laatste dag in Nilaveli ging de wekker om vijf uur 's ochtends. Slaapdronken stapten we in een bootje dat ons drie uur lang over de beukende golven voer. Doel: dolfijnen en walvissen spotten. Van die eerste soort zagen we er tientallen vrolijk rondspringen. Schitterend, die speelsheid. Maar toch is zo'n trip pas écht geslaagd als je vervolgens ook zo'n 'grote jongen' treft. Dat mocht helaas niet zo zijn: de walvissen, walvishaaien en potvissen hielden zich goed verborgen onder het wateroppervlak. Volgende keer beter.



Tempels en grotten
Op weg naar de stad Dambulla maakten we een tussenstop in Polonnaruwa, waar we vele boeddhistische en enkele hindoeïstische tempels uit de oudheid bezichtigden. In een museum tonen maquettes hoe deze forse bouwwerken er uit hadden gezien als ze volledig intact waren gebleven. Ook valt daar veel te leren over de geschiedenis van Sri Lanka en de betekenis van alle goden en rituelen.





In Dambulla liepen we door grotten vol kleurrijke muurschilderingen en beelden. We beklommen de rots Pidurangala om ons te vergapen aan het uitzicht op die ándere befaamde rots Sigirya (Lion's Rock). Vervolgens maakten we tijd om tóch nog een safari in een natuurpark te ondernemen. We hoopten op meer succes in het spotten van grote zoogdieren dan we tot nu toe hadden gedurende deze vakantie. En jawel: bij de waterplas stonden ons ruim honderd olifanten op te wachten. We zagen ze eten, spelen, zwemmen. Een groep van deze giganten leek op oorlogspad doordat ze in formatie naar enkele jeeps draafden, ook de onze. Gelukkig bleek het hier te gaan om een eenvoudige olifantenles in respect: zodra de chauffeur de wagen in zijn achteruit zette en enkele meters plaats maakte, werden de beesten weer rustig. Het was wel imposant om zo'n saamhorige groep reuzen snelheid te zien maken.



Mission: last-minute
Kandy was onze volgende halte. Het is in deze stad een stuk koeler vanwege de ligging. We betrokken er een verdieping in een prachtige villa die uitkijkt op de bergen. Na enkele mindere overnachtingen voelde deze 'homestay' als een regelrecht vijfsterrenhotel. Onze gastheer was zeer behulpzaam, waardoor we erin slaagden om in korte tijd uiteenlopende activiteiten te ontplooien. Zo zagen we een culturele show vol traditionele dans en volksmuziek, doorkruisten we de schitterende botanische tuinen van Kandy en lukte het zelfs om in een aftandse bioscoop de nieuwe 'Mission: Impossible'-film te bekijken. Toen de gastheer het óók nog voor elkaar kreeg om last-minute eerste klas treintickets naar Ella te regelen op het station, zónder dat we daarvoor lang in de rij hoefden te staan, waren we in de zevende hemel.



Bergen, dalen, plantages
De treinreis tussen Kandy en Ella wordt gezien als één van de mooiste ter wereld. Het landschap dat voorbij trekt is inderdaad adembenemend. Zes uur lang bestaat het decor uit bergen, dalen, kronkelwegen en theeplantages. De deuren van de trein mogen officieel niet open tijdens het rijden (als je de bordjes moet geloven). Maar in werkelijkheid zijn ze geen moment dicht. In elke deur staat of hangt wel een toerist met een mobieltje of camera, op jacht naar het perfecte plaatje.







Jakkes, een kakkerlak!
Aangekomen in het relatief koele bergstadje Ella bleek het pittig om een slaapplek te vinden. Omdat we 's ochtends vroeg pas wisten dat we deze treinreis überhaupt konden maken, moesten we vanaf station Ella snel plannen improviseren. We belden naar een aantal logeeradressen die in onze reisgids of op boekingssites stonden, maar de meeste gastheren hadden geen plek of spraken geen woord Engels. Ook online reserveren bood geen garanties, want meerdere B&B's bleken alsnog volgeboekt als we er achteraan belden. Uiteindelijk kwamen we terecht in een afgelegen, klein, mottig huisje zonder warm water, waar de eigenaren ons nauwelijks begrepen en een kakkerlak de kinderen de stuipen op het lijf joeg. We hebben er geslapen, maar gebruikten die eerste dag vooral om een beter plekje te vinden. Dat lukte: we konden terecht bij een vriendelijke familie die een prima huisje (met balkon) in het centrum van Ella had. Er was meteen een klik tussen onze kinderen en de vierjarige zoon des huizes. Onze les: in een stadje als Ella kun je beter eerst een rondje lopen/rijden voordat je de telefoon pakt, want dan blijkt er veel meer mogelijk dan je denkt.







Treinbrug en waterval
Ella heeft een vriendelijke, relaxte sfeer. Dat komt mede door de fijne hoofdstraat vol goede restaurants, beschikbare B&B's, gezellige koffie- en cocktailbars. In en rondom de stad is meer dan genoeg te doen. Wij hebben uit dit aanbod de volgende bezigheden geplukt: dompelen in de Ravana-waterval, lopen op de rails bij de beroemde spoorbrug met negen bogen, wandelen langs een theefabriek, klimmen naar het fraaie uitzicht op de berg die ze Little Adam's Peak noemen.





Relax en Chill
Een aanrader qua lekker en gevarieerd eten is restaurant Café Chill, maar dat geeft de wachtrij voor de deur al wel enigszins weg. Op de bovenste verdieping van dit restaurant kun je relaxt zitten onder het grote houten dak. De dag voordat we verder reisden, genoten we bovendien van een stevige massage. Ella toverde bij ons allemaal een ontspannen en voldaan vakantiegevoel tevoorschijn.



Mistwoud in de kou
Ella was relatief koel, maar Nuara Eliya, onze volgende verblijfplaats, was ronduit koud. Brrr. Vijftien graden, overdag! En dan regende het ook nog pijpenstelen. Waarom reisden we dan tóch naar dit vreemde berggebied in Sri Lanka? Om het hooggelegen natuurpark Horton Plains te beleven. Dit 'cloud forest' heeft een dikke deken van mist over zich heen liggen, waardoor de uitzichten magisch en mysterieus zijn. De langstrekkende wolken verdelen het decor in verschillende lagen zodat de diepte van het landschap zich aftekent voor je ogen.





De drie uur durende wandeling naar het beroemde uitkijkpunt 'World's end' pakte zwaar uit vanwege de regenval. De stoffige paden veranderden in modderstromen, de steile wanden werden glijbanen. Uiteindelijk bleken de landschappen die we onderweg tegenkwamen indrukwekkender dan 'het einde van de wereld' zelf. De mist was in dit 880 meter diepe ravijn zó dicht dat we alleen maar een witte wolkenmassa zagen. Dat gaf een surrealistisch gevoel. Immers: je hebt geen enkel benul van diepte, maar tegelijkertijd weet je dat er een gigantische afgrond achter de mist schuilgaat.



High tea in koloniale sfeer
Na het trotseren van de regen en de kou trakteerden we onszelf op een high tea in The Grand, een luxe hotel regelrecht uit de koloniale tijd. Het zag er piekfijn uit en de koekjes en hapjes smaakten prima. Alleen de bediening liep niet gesmeerd. Er waren simpelweg te veel obers met te specifieke taken. De ene bediende wees ons naar de juiste tafel, een ander heette ons welkom en overhandigde de theekaart. Uiteindelijk verscheen de hoofdkelner om onze definitieve orders op te nemen: driemaal de high tea. Wilden we een extra fles water? Dan gaf de hoofdkelner die bestelling door aan de waterdrager. Miste er bestek? Dan kreeg de bestek-neerlegger ervan langs. Zodoende duurde het even voordat alles op tafel stond.

Ongemakkelijk
Deze omslachtigheid in de bediening wordt in veel Sri Lankaanse restaurants vergezeld door een ongemakkelijke omgangsvorm met de gasten. Zo blijven sommige obers minutenlang naast je wachten terwijl je rustig het menu wil bestuderen. Ook is het niet ongebruikelijk dat ze de rekening al naar je tafel komen brengen voordat je de laatste hap van het eten hebt genomen. In één huisje waar we logeerden bleven de gastheren zelfs het gehele ontbijt naast ons staan kijken hoe we alles opaten. En maar doorpraten in hun eigen taal, vermoedelijk over onze eetgewoonten. Zó ongemakkelijk!



Unawatuna: terug naar de zon
Onze laatste stop in Sri Lanka was Unawatuna. Heerlijk om weer terug te keren naar de warmte en de zon, ook al was een fikse taxirit (circa 5 uur vanaf Nuara Eliya). Meteen na aankomst doken we in de wilde zee. De hoogte en hevigheid van de golven was ons op het lijf geschreven. We beleefden een paar mooie dagen aan het strand en aten heerlijk bij restaurant The Kingfisher.







Fortmuren en vliegers
Tussen al het strandgeweld maakten we een uitstapje naar het koloniestadje Galle. We wandelden over de fortmuren, we koelden af op een afgelegen dakterras boven een kunstwinkel en we aanschouwden de tientallen vliegers die de jeugd van Galle oplieten aan het eind van de zondagmiddag. En zo kwam een eind aan onze reis door Sri Lanka.



Malediven als toetje
Echter, we hadden nog een toetje tegoed. Nu we toch in de buurt waren, hadden we besloten nog vier dagen naar de Malediven te gaan. Een schot in de roos. Parelwitte stranden, azuurblauwe zee, helder water, hoge palmbomen, gezellige duikscholen. Samen met onze zoons maakten we enkele memorabele diepzeeduiken waarbij we een murenes, schildpadden, haaien, roggen en een Napoleonvis tegenkwamen. Milo leerde beter zijn duikbril 'klaren'. Vincent wist door wat extra duikervaring zijn lood- en luchtgebruik naar beneden te schroeven.

Tijdens de zonsondergang op de Malediven hadden we veel lol met het maken van gekke foto's. Dit jaar was het thema 'hongerige reuzen'.





Sprong in het diepe
Op onze allerlaatste dag deden een snorkeltrip. De kapitein vroeg vooraf: "Zijn er beginners op de boot?" Al gauw bleek dat hij hiermee niet simpelweg doelde op mensen die nooit eerder gesnorkeld hadden, maar mensen die nooit eerder gezwommen hadden. Er waren inderdaad kinderen aan boord, dus we verwachtten wel dat er enkele handen omhoog zouden gaan. Maar toen bleek dat ruim de helft van de volwassenen op de boot niet kon zwemmen. Het waren voornamelijk Aziaten die zonder enige zwem-ervaring de sprong in de diepe oceaan gingen wagen. Heldhaftig, maar op een of andere manier ook krankzinnig! Moet je je voorstellen dat je nog nooit in een pierenbadje hebt gezeten of een zwemles hebt gehad… en dat je vervolgens in het zoute water van de diepste oceaan op zoek gaat naar zeedieren… Bizar toch!



Hoe dan ook, we gingen dapper op pad. Ons gezin snorkelde relaxt rond en spotte mooie clownfish (Nemo), schilpadden, ja zelfs mantaroggen (helaas op afstand). Op het zelfde moment hadden enkele medewerkers van de reisorganisatie de taak om de Aziaten van zeebeest naar zeebeest mee te slepen aan hun reddingsvest. Het was komisch om te zien, vooral omdat één Maleisische man steeds zijn duikbril afzette als hij in het water was. De arme man had continu zijn ogen, neus en mond vol zout water. En die organisatoren van de trip maar roepen: "Put on your mask!"



Schildpad in de regen
Het spannendste deel van de snorkelreis hadden ze voor het laatst bewaard. Het was begonnen met regenen en de zee werd ruiger, maar pal naast de boot stak een fraaie turtle zijn kop boven het water uit. De kapitein gooide zijn anker uit en we gingen van boord. Na een korte zwemtocht hadden we de schildpad gevonden. Wat een prachtig dier.



Vincent besloot na een tijdje terug te zwemmen naar de boot. Niet alleen de regen, maar ook de (tegen)stroming en de golfslag waren toegenomen. Dat was een pittige terugweg, dus. Aangekomen bij de boot trof Vincent drie Aziaten in het woeste water nabij de boot. Evenveel medewerkers van de snorkelcruise waren naarstig bezig om deze lijvige mensen terug de boot in te sleuren. Het was een absurd gezicht. Ook de man zonder masker was van de partij. Gelukkig konden de Maleisiërs zelf ook hartelijk lachen om de waanzinnige situatie, ze stonden elkaar zelfs hardop lachend te filmen tijdens de weinig charmante reddingsacties.

De laatste groep zwemmers, onder wie Viola en Reza, zouden we gaan ophalen met de boot. Zodoende hoefden zij niet het hele eind terug te zwemmen. Aangekomen aan boord, vertelde Reza: "We moesten allemaal elkaars handen vasthouden, zodat we elkaar niet kwijtraakten. Maar ik snapte niet waarom die Aziatische meneer zo hard in mijn hand kneep." We legden hem uit dat de beste man waarschijnlijk doodsbang was omdat hij nooit had leren zwemmen. Daar kon Reza zich wel iets bij voorstellen, antwoordde hij lachend. Het was een bijzonder einde van een superfijne reis.





25 maart 2018

Schitterende skydive in een windtunnel

We maakten alle vier onze debuut in de windtunnel van Indoor Sky Dive Roosendaal, waar we een onvergetelijke vrije val beleefden. Hang loose!

14 augustus 2017

Sexy fruit en beukende golven



Op Praslín, een flink bebost eiland van de Seychellen, groeit de Coco de Mer, een dubbelgrote kokosnoot die de vorm heeft van een stevige vrouwelijke pelvis. Deze 'zee-kokosnoot' dankt zijn naam aan een legende die jarenlang rondging. In de 18e eeuw vond een strandjutter op de Malediven deze dubbele kokosnoot. Nooit eerder had een sterveling deze fruitsoort gezien, dus dat moest wel magie zijn. Al gauw dook er een mythe op over een toverboom op de zeebodem waar deze wondervrucht aan groeide. In werkelijkheid was de Coco de Mer destijds natuurlijk gewoon in zee gerold op het eiland Praslín en honderden kilometers afgedreven naar het vasteland.





7 jaar gerijpt, 30 kilo zwaar
Tot op de dag van vandaag zijn de Seychellen de enige plek ter wereld waar dit sexy fruit voorkomt. De boom waar ze aan hangt moet 25 jaar groeien voordat hij vruchten kan dragen. Vervolgens hangen de Coco's wel zeven jaar te rijpen voordat ze met een levensgevaarlijke knal uit de boom vallen. Op dat moment weegt zo'n kokosnoot maximaal 30 kilo, dus keken we uit waar we liepen in het natuurpark Vallée de Mai op Praslín. Onze monden vielen open bij het aanzicht van de enorme, bizar gevormde vruchten, de torenhoge bomen en de gigantische bladeren. Er vlogen trouwens ook nog enkele zeldzame zwarte papegaaien rond.







Kolossen van rotsblokken
Het mooiste strandje van onze vakantie ontdekten we ook op Praslín: Anse Lazio. Deze ronde baai ligt te midden van groene heuvels vol palmen en andere tropische bomen. In en om het water liggen kolossale ronde granieten rotsblokken. Pal naast de kustlijn genoten we van een goede seafood-lunch en sprongen daarna urenlang in de metershoge beukende golven. De kers op de taart: de uitbaters van het strandrestaurant hebben als extra attractie enkele reuzenschildpadden rondkruipen die zich graag laten voeren door toeristen. Anse Lazio beantwoordde aan alle verwachtingen bij een paradijselijke strandvakantie.







Vleermuizen? Nee, vleerHONDEN
Zonsondergangen zijn, ook in de Seychellen, een spektakel waar we graag de tijd voor nemen. Naast het absurde tempo waarmee de zon zakt en het bijzondere kleurenpalet dat de lucht laat zien, is er nog een extra reden om rond te blijven kijken: vleerhonden (fruit bats/flying foxes). Deze rakkers zijn groot, nee maar echt groot. Zeg maar gerust –letterlijk– vliegende honden. Ongestoord vliegen deze mega-vleermuizen rond. Soms hoog, soms laag, maar altijd statig. Ze hebben een spanwijdte tussen de 24 cm en 1.80 meter. Als je wil weten hoe het eruit ziet als de politie van Gotham City het bat-signaal in de lucht laat schijnen, dan zijn de Seychellen de plek waar de natuur deze fantasie perfect imiteert.








(Noot: deze foto komt van Google. Maar dan hebben jullie een idee.)

Lees ook de vorige blogs over onze reis naar Zuid-Afrika en de Seychellen.