** reizen ** kids ** natuur ** cultuur ** muziek ** theater ** kunst ** gedichten ** humor ** liefde **

10 augustus 2010

Omringd door dolfijnen

Ja het is waar, Viola en Vincent hebben een cruise geboekt. In feite tegen onze backpackers-mentaliteit in, maar wel degelijk in lijn met onze gezins-samenstelling. Onze twee mannetjes moeten goed eten, behoeven een nette kamer en hebben graag de zon en een zwembadje in de buurt.

Het werd dus een 90-meter lang luxe cruiseschip, waarbij het 'Love Boat'-gevoel ons dagelijks bekroop. Met grote opblaasboten (zodiacs) vertrokken we vanaf het enorme schip naar het eilandenrijk. De ene keer om te wandelen, de andere keer om te snorkelen.

De mooiste ervaring van deze vakantie overkwam ons toen onze rubberboot ineens tussen een groep dolfijnen vaarde. De 'delfinos' sprongen gezellig rond de boot, doken er onder door en zwaaiden met hun staarten.

Reza en Milo hadden nogal wat moeite om zich te houden aan de vele regels van de eilanden: bij de groep blijven, niet van het pad afwijken, niet vooruitlopen of achterblijven. Onze twee gringo's wilden juist OF voor de gids uit rennen OF rustig in het zand liggen spelen.

Vooral Milo plofte overal languit neer en begon te smeren met zand. Dat leverde fraaie foto's op, want de kleuren zand lopen hier nogal uiteen (rood, zwart, wit, grijs). Op elk eiland hebben we hem op die kiek staan.

Tot slot: Milo eet helaas niet zo best deze vakantie en dat is inmiddels ook te zien, hij is wat dunner geworden. Toen hij op een gegeven moment voorover bukte (zonder hemd aan), riep Reza opeens geschokt: 'Kijk, Milo wordt een dinosaurus!' Hij bedoelde dat de botjes van zijn broers ruggengraat een beetje 'uitstaken'.

9 augustus 2010

Uitsterven? Ho maar

Charles Darwin ontdekte op de Galagapos-eilanden enkele belangrijke puzzelstukjes om zijn evolutietheorie compleet te maken. Immers, hij trof op deze lava-landjes diersoorten die zich als geen ander aan hun omgeving hadden aangepast. Zoals de enige hagedis ter wereld die kan zwemmen en reusachtige schildpadden met extreem lange nekken.

Wij wilden ook graag van die ene verbazing in die andere vallen. Bovendien hoorden we van iedereen dat de dieren in de Galagapos-archipel absoluut niet mensenschuw waren. Sterker nog: ze zien onze aanwezigheid eerder als fijn bezoek dan als overlast. En dat is heus waar. Viola en Reza hebben vlak naast een turtle liggen snorkelen. Pelikanen en 'boobies' vlogen laag over ons heen.

De zeeleeuwen hupten en zwommen vrolijk naar ons toe. Haaien cirkelden rustig rond de boot. Zelfs de vliegen bleven veel langer op je arm zitten dan in Nederland. We moesten vaak wel drie keer slaan voordat zo'n vlieg ook maar een kik gaf.

De zee-iguana's vonden we eigenlijk maar lelijke schepsels, het lijken wel Middeleeuwse beulen met zwart-witte maskers. Toen deze lizards voor onze ogen de oceaan in liepen en wegzwommen, keken we inderdaad wel even raar op.

Galapagos is de enige plek ter wereld waar deze diersoort leeft. Maar uitsterven ho maar… De iguana's hebben geen enkele natuurlijke vijand. En dus zijn deze gemaskerde makkers met z'n tienduizenden. Op sommige eilandjes struikelden we dus letterlijk over de hagedissen.

4 augustus 2010

Iguana's in het park

Als je ze in Nederland door je tuin zag kruipen, zou je een hartverlamming krijgen. Maar in Guayaquil huizen er in het Parc Bolivar - midden in de stad - ruim honderd iguana's. Deze 1-meter-lange, groene hagedissen zien er uit alsof ze rechtstreeks uit de prehistorie zijn komen wandelen.

Het was een prachtig schouwspel om de tamme reptielen te zien rondstappen. Toen we de bomen in keken, zagen we er echt tientallen op de takken liggen. En we moesten echt oppassen waar we liepen, want die staarten zijn langer dan je denkt.

Reza en Milo hadden overigens meer interesse voor de duiven, waar ze woest achter aan renden. Met veel handgewapper en luid geschreeuw joegen ze de beesten op tot ze weer een paar meter verder vlogen. En dan begon het ritueel weer van voor af aan.

Uiteindelijk konden we onze bezwete zoontjes meelokken naar een nep-Starbucks, waar Viola lekkere koffie kon drinken (eindelijk geen oplos!) en we met z'n allen genoten van heerlijke taartjes (wie heeft 'tres leches' nodig als je 'quatro leches' hebt?).

Eind van de middag liepen we de 444 traptreden op naar de vuurtoren van Las Penas. Veel van de huizen in deze pittoreske wijk zijn geverfd in zuurstokkleuren. De vuurtoren bood een fraai uitzicht over de stad. Zelfs de schemering deed daar niks aan af. En een vet compliment voor de jongens dat ze heel de weg zelf hebben gelopen.

2 augustus 2010

Parel van plastic

Cuenca, de parel van het zuiden, een niet-te-missen prachtstad in Ecuador. Tja, misschien zijn we net de verkeerde straten ingeslagen, maar wij vonden haar niet opwegen tegen Quito, zelfs niet tegen Otovalo.

De 'arts & crafts market' was een opeenstapeling van lelijke plastic troep en handgekleide Sponge Bobs en Donald Ducks. De kansen om de verloren foto's van zonnig Otovalo 'over te doen' bleken snel bekeken. Ook bood de stad weinig kindervertier. De tientallen fraaie kerken en geloofsmusea waren geen goede alternatieven voor een speeltuin of een springkussen.

Gelukkig hadden we wel een lekkere slaapplek in Cuenca, met heerlijke lunch en ontbijt. Maar we waren blij toen we onze weg vervolgden naar Guayaquil. In feite waren we van plan deze grote stad te mijden, omdat het ons veel deed denken aan het Mexicaanse Cancun: een prima plek om het vliegtuig te pakken, maar verder te toeristisch voor ons.

Toeristisch is Guayaquil inderdaad nogal. Maar dat betekent ook: veel speelplezier. De eerste dag namen we de kinderen mee naar een tropische tuin die was omgebouwd tot een dinosaurus-park. Ook bezochten we een circus met een trapeze-act, koorddansers en clowns. En ons hostel bood een lekker klein zwembadje om in af te koelen.

30 juli 2010

Rails door de rotsen

Tussen Riobamba en Alausi ligt het meest traumatische treintraject ter wereld. Dat wil zeggen: het uithakken van de rotsen en het leggen van de rails kostte meer mensenlevens dan welke railway ook, zo zegt men. Al sinds lange tijd gebruikt men deze weg alleen nog als toeristische attractie. De rails loopt dwars door een schitterende bergketen en doorkruist zelfs tweemaal de Panamericana-snelweg.

Deze legendarische, trage treinreis bleek iets minder imponerend dan we hadden gehoopt. De rails werd namelijk verbouwd, waardoor een groot deel van de route was afgezet. Daardoor ging het uitzicht op de vulkaan 'El Nariz del Diablo' (de neus van de duivel) aan onze 'nariz' voorbij. Ook mochten we niet plaatsnemen in de echte ouderwetse trein, maar in een blauwe bus die op rails kon rijden.

Desalniettemin was het een mooie rit, die ons blikken gunde op het berglandschap en de simpele boerderijen van de lokale bevolking. Af en toe rende een roedel honden mee met het treintje en dat tempo konden de viervoeters best lang bijbenen. We bezochten een dorpje langs de route, evenals een kerkje uit de 14e eeuw.

Na afloop van de treinrit bleven we een nachtje slapen in Alausi, een schichtig stadje in een dal waar werkelijk niks gebeurt (een niemendalletje). Typisch geval van een tussenstop, want de volgende ochtend vertrokken we direct naar onze tweenalaatste bestemming in Ecuador: de stad Cuenca.

26 juli 2010

Als een achtbaan

In de plattelandsdorpjes die wij bezochten in de Quilotoa Loop, werden we hartelijk ontvangen door de inwoners. De eerste dag bracht ons een heerlijk huisje in Chugchilan met hangmatten en een speelveldje. Reza en Milo maakten nieuwe vriendjes en al gauw werd de finale Nederland-Spanje nagespeeld met een lekke voetbal.

Dag twee zat vol spanning. Het begon al met de rit naar het dorp Quilotoa: Viola en Milo zaten voorin de pick-up truck, terwijl Reza en Vincent achterop stonden. 'Wauw, dit is vet cool', aldus Reza. 'We gaan zo snel als een achtbaan, alleen gaan we niet op z'n kop!' Niet alleen de haarspeldbochtjes en de stofwolken, nee ook het uitzicht was adembenemend. Prachtige bergen, landerijen als lappendekens, mooie maïsvelden.

Ons huisje in Quilotoa was een soort betonbarak met golfplaatdaken. De kou werd in de gemeenschappelijke ruimte bevochten met een houtkachel, stof woei overal naar binnen en stromend water ontbrak. De matrassen van onze bedden waren ingepakt in plastic, het leek alsof we op een chipszak sliepen. Kort gezegd: het was afzien.

Maar de reden waarom we hier waren, was de aanwezigheid van een schitterend vulkaanmeer. De omwonenden beweren dat het geen bodem heeft, wetenschappers beramen de diepte op 250 meter. Het uitzicht van bovenaf is erg mooi, maar we wilden het meer ook van dichterbij aanschouwen. Dus klauterden we naar beneden, soms gleden we een stukje, best een stoere oefening.

En de terugweg naar boven was al evenzo avontuurlijk. Die legden Reza en Vincent af op een groot paard, Viola en Milo mochten op een flinke ezel. Het bazinnetje van de twee dieren maakt geen kans op de titel 'dierenvriend van het jaar', maar het lukte haar wel knap om ons vieren boven te krijgen zonder kleerscheuren.

Een dag later waren we blij dat we weer in Latacunga waren, met warm water, een werkend toilet en niet-knisperende bedden. We genoten onder de douche, wierpen alle kleren in de was, klopten de stofpluimen uit onze schoenen en tassen… eindelijk weer schoon!

23 juli 2010

Elvis op een panfluit

Een busreis in Ecuador is een belevenis. De bus ziet er uit als een fout jaren '70-decor, kitscherig en vrolijk. Bij elke halte stappen verkopers de bus in met kranten, kauwgomballen, chips, fruit, kipspiesjes en ijs.

Ze prijzen hun koopwaar aan, delen de spullen snel uit en nemen het muntgeld in ontvangst. Terwijl de chauffeur gas geeft en wegrijdt, springen de kleine zelfstandigen vakkundig de bus weer uit, op weg naar de volgende verkoopkans.

Ter vermaak zijn op een groot beeldscherm voorin de bus speelfilms te zien. Stiekem hoopten we op een leuke Disney-klassieker voor de kids… Maar we kregen op de heenreis naar Otavalo een depressieve vechtfilm voor 16 jaar en ouder voorgeschoteld.

Reza konden we gelukkig op de terugreis (Jeepers Creepers 2, foute horror) afleiden met de Gameboy die hij onlangs van zijn grote neven had gekregen.

En zo keihard als de filmkeus is, zo braaf en onschuldig is de muziek die je overal op de achtergrond hoort. Of het nu bij een winkel is, in een restaurant of op de markt, het muzikaal behang is vrijwel altijd aanwezig. De ballades van Elvis Presley op een panfluit, een symfonische medley van de Beatles, ja zelfs de Stevie Wonder-draak 'I just called to say I love you' kwam langs in een klassiek jasje.

Toen we in Quito aan een heerlijk diner zaten, kromden onze tenen bij het horen van wanstaltige harpklanken. Wat een verschrikking, dat eeuwige gepingel en zogenaamd romantisch gezwijmel. Maar na drie 'liedjes' klonk er ineens applaus. Nee toch? Het was live! Er stond daadwerkelijk een oude kerel aan een levensgrote harp te plukken. Nou, dat leidde tot een reeks flauwe woordgrappen, waarbij 'harp-ritmestoornis' als minst slechte uit de bus kwam.

We hebben de goede man geen fooi gegeven voor zijn muzak. En we koesteren de momenten dat we in een taxi zitten, want dan staat de radio aan en hoor je hoe heerlijk de popmuziek van Zuid-Amerika werkelijk is.